Richard Krajicek
Maandag begint Wimbledon weer.
Richard Krajicek is tot dusver de enige Nederlander die het meest prestigieuze tennistoernooi ter wereld in het enkelspel won. De ex-tennisser (38) heeft nu een nieuw doel voor ogen: sport verankeren in de politiek. Hij schreef de sportparagraaf in het verkiezingsprogramma van de VVD. De liberalen trekken per jaar 200 miljoen euro extra uit voor sport.
„Omdat het werkt.”
Richard Krajicek oogt koel en onverstoorbaar op het terras van het lommerrijke tennispark in Amersfoort: hoge canvas gympen, spijkerbroek, blazer en pilotenzonnebril. Zijn getalenteerde zoon Alec onderwerpt zich aan een training van de ervaren Ron Timmermans.
De geschiedenis herhaalt zich op dit punt, Krajicek had zelf ook les van hem.
De dagen van toptennis, successen en blessures liggen al weer zeven jaar achter hem.
Krajicek schurkt nu tegen de politiek aan, maar haast zich te zeggen dat hij voorlopig niet beschikbaar is. „Ik ben pas 38.”
Vanzelfsprekend mist Krajicek de politieke ervaring. Ook speelt mee dat hij er wil zijn voor zijn vrouw – ex-fotomodel, schrijfster en presentatrice Daphne Deckers – en hun kinderen Emma (12) en Alec (10). Zijn werkzame bestaan als bestuurslid van de Richard Krajicek Foundation, directeur van het ABN-Amro-tennistoernooi en ambassadeur van de sportsdesk van de bank waar topsporters terecht kunnen voor financieel advies, biedt hem de gelegenheid zijn gezin zorg en aandacht te geven.
Hij weet niet alleen veel van topsport, als oprichter van de Richard Krajicek Foundation weet hij ook minstens zoveel van de maatschappelijke en sociale betekenis van sport. De stichting legde meer dan zestig sportveldjes aan in aandachtswijken en betaalt mee aan de kosten van professionele sportleiders die jongeren structuur bieden.
Krajicek oogt in balans, privé en zakelijk door Gijs van Oosten heeft hij vrijwel alles op orde. Als toptennisser kwam hij stug over, verbrak hij de relatie met zijn vader Petr, maar die band is hersteld. „Tennis was hét probleem tussen ons. Hij woont nu in Tsjechië, maar ik spreek hem regelmatig. Vandaag nog. Ik kan erg met hem lachen.”
Met zijn halfzusje Michaëlla, die als proftennisster in Florida woont, dateert het laatste contact van anderhalf jaar geleden.
„Michaëlla wil niet dat ik in de media over haar praat. Dus doe ik dat niet.”
De VVD is de politieke partij die bij hem past. Zijn ouders stemden op de liberalen en Krajicek kan er zijn sportboodschap kwijt. Min of meer per ongeluk liet hij in 2008 optekenen dat hij op termijn minister van Sport wil worden. „Die uitspraak is blijven hangen. Nu zeg ik: ik vind het belangrijk dat er een ministerie van Sport komt. Ik wil daar energie in steken. Het is niet belangrijk dat ik minister word, een rol als adviseur zou ik ook goed vinden.”
Via de voormalige Amsterdamse en Haagse wethouder Frits Huffnagel kwam Krajicek in contact met de VVD. „Ik schreef ooit zes kantjes vol met argumenten voor een ministerie van Sport. Een samenvatting daarvan is in het verkiezingsprogramma gekomen. De sportparagraaf komt uit mijn koker. De VVD toont als enige partij met een extra investering van 200 miljoen euro per jaar commitment, bovenop het huidige bedrag van 144 miljoen. Dat vind ik echt een sterk punt. Geld is de kurk waarop het beleid drijft. Van die extra investering gaat driekwart naar breedtesport en een kwart naar topsport.”
Toch ziet het er niet naar uit dat er een ministerie van Sport komt. „De VVD streeft naar een kleiner ambtenarenapparaat en daarbij hoort een lager aantal ministeries.
Maar de VVD omarmt mijn standpunt om sport te verankeren in de politiek. Ik vind sport net zo belangrijk als kunst en cultuur, die sterk vertegenwoordigd zijn in de politiek. Dat is goed, dat moet zo blijven.
Maar ik vind dat sport ook een stevige positie moet hebben. Daar zet ik me voor in.
Een minister van Sport is er niet om er voor te zorgen dat we als land zoveel mogelijk medailles winnen. Sport levert op drie hoofdpunten een positieve bijdrage aan de samenleving: nationale trots, gezondheid en oplossing voor sociale vraagstukken. De strijd tegen overgewicht en de sociale kant zijn in mijn ogen echt belangrijk. Ik steun ook het Olympisch Plan 2028, al moet ik me daar inhoudelijk nog in verdiepen. De opdracht is Nederland op een olympisch niveau te brengen. Dat gaat verder dan alleen een topsportcultuur. De hele infrastructuur moet mee. Ik leg in dat verband vaak uit dat de Noord-Zuidlijn wordt aangelegd van 1928 tot 2028.” Het is zijn onderkoelde humor. „Amsterdam bouwt ’m voor de Olympische Spelen.”
Krajicek gaf voor 1996, zoals veel Nederlanders, geld aan goede doelen. Na zijn zege op Wimbledon in dat jaar zag hij dat hij als topsporter meer kon betekenen. Hij werd door een organisatie van Arthur Ashe, de in 1993 aan de gevolgen van aids overleden Amerikaanse tennisser, gevraagd voor de US Open een clinic aan kinderen te geven in New York. Het beviel, zoiets wilde Krajicek ook doen in zijn toenmalige woonplaats Den Haag. Hij wilde geen rijtoer of huldiging, wel wilde hij als Wimbledon-kampioen de wijk in en iets voor kinderen doen. Het was de aanzet tot de Richard Krajicek Foundation, die hij met John en Rodger Linse een jaar later oprichtte. „Wij hadden het vroeger niet breed thuis, maar ik kon altijd sporten. Ik kwam in aanraking met kinderen voor wie sport niet zo vanzelfsprekend was. Sprak de ouders, voor wie het financieel moeilijk was hun kinderen te laten sporten. Ze waren bezig met basisbehoeften als eten, huisvesting, medische zorg, scholing. Sportdeelname hoorde daar niet bij. Die problematiek raakte me, ik voelde dat ik iets voor die kinderen moest doen. Zij moesten ook kunnen sporten, net als ik vroeger.”
Krajicek werd verder aan het denken gezet door onderzoeksgegevens. In de Haagse Schilderswijk was de sportdeelname van kinderen slechts 20 procent. Het landelijk gemiddelde lag op 60 procent en in een andere Haagse wijk, de Vogelwijk, lag het percentage op 80 procent. „Dat vond ik raar.
Om die reden ben ik begonnen met straattennisprojecten in aandachtswijken. Het openen van een sportveldje in een wijk heeft een grote sociale impact. Het was indrukwekkend te zien hoe een hele buurt via de sport tot leven komt.”
Krajicek vertelt graag het verhaal van Tine Slager, die in 1997 in Amsterdam ZuidOost twee jongens zag tennissen op een asfaltbaan. Ze speelden met een racket met kapotte bespanning en met versleten ballen. Slager bood aan les te geven. Er kwamen in een paar weken tijd tientallen kinderen op af. De Richard Krajicek Foundation opende er in 2005 een playground (tennis, basketbal en voetbal). Tine Slager is er de betaalde sportleider. „Met het aanleggen van sportvelden ben je er nog niet”, vertelt Krajicek. „Er moest ook een betaalde begeleider zijn. De sociale kansen en mogelijkheden zijn pure winst. Veel kinderen hebben rolmodellen. Dat kan Robin van Persie zijn of Clarence Seedorf. Maar er komt een moment, als ze een jaar of 15 zijn, dat ze beseffen dat ze het als topvoetballer niet redden. Dat kan demotiveren.
Maar een rolmodel in de buurt, de sportleider op de playground, dat is wel haalbaar.
Wij bieden via onze playgrounds gemotiveerde jongeren een scholarship aan voor een opleiding of een stageplaats, waardoor ze zelfs toegang tot een baan krijgen.”
Onlangs is een wetenschappelijk rapport van de Universiteit Utrecht gepresenteerd.
Onder leiding van professor Paul Verweel zijn de effecten van de Krajicek Playgrounds op de sociale cohesie in stadswijken onderzocht. Het driejarige onderzoek toont aan dat de playgrounds etnische verschillen verkleinen en sociale binding vergroten. Sportleiders hebben een belangrijke rol als ‘tussenpersoon’. Professor Verweel bekleedt tot 2012 de Krajicek Leerstoel aan de Universiteit Utrecht. Het wetenschappelijk onderzoek naar de maatschappelijke betekenis van sport wordt voor een half miljoen euro gefinancierd door onder meer de Krajicek Foundation.
Krajicek: „We wilden eerst onderzocht hebben of het klopt wat we zeggen. Het antwoord is ‘ja’. Het onderzoek maakt de resultaten meetbaar. Het verdere onderzoek is mede gericht op de vraag hoe we het sociale kapitaal in de wijk kunnen vinden en aanspreken.”
Krajicek geeft uit zichzelf aan dat hij de betekenis van termen als sociaal kapitaal – de steun en bescherming die groepsrelaties bieden – moest leren. Hij toont zich als exsporter zeer betrokken bij maatschappelijke kwesties en werkt daarin samen met de Johan Cruyff Foundation. „Tijdens en na mijn carrière kwamen er dingen op mijn pad, het gaat erom kansen te herkennen.
Toen ik eenmaal met de sportveldjes bezig was, herkende ik het pas als een kans. Ik had dit in me, ik ben door deze problematiek geraakt en ben er enthousiast voor gemaakt. De volgende stap voor mij is om sport hoger op de politieke agenda te krijgen. Erica Terpstra heeft wat dat betreft al veel baanbrekend werk gedaan, eerst als staatssecretaris en later als voorzitter van NOCNSF. Zonder Erica had ik die 200 miljoen extra nooit voor elkaar gekregen.”
Bron: Eindhovens Daglbad
Category: Nieuws


