Jonge topsporters presteren ook goed op school
LOOT-scholen zijn er om talentvolle topsporters ook te laten studeren. Het aantal is in zeven jaar bijna verdubbeld. De prestaties zijn goed. „Want het zijn gemotiveerde leerlingen.”
Het was dubbel feest vorige week op het Thorbecke Voortgezet Onderwijs in Rotterdam. Twee leerlingen van de LOOT-school maakten hun naam als sporttalent waar. Tennisser Jannick Lupescu (16) won vrijdag op de Australian Open het dubbeltoernooi bij de junioren en een dag eerder had Feyenoorder Stefan de Vrij (17) in een bekerduel tegen PSV aanvaller Nordin Amrabat uit de wedstrijd gespeeld. De Vrij had geen tijd om na te genieten van zijn sterke optreden; de volgende ochtend had de leerling uit vwo-6 een economietoets.
In Nederland groeit het aantal LOOT-scholen (Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport) sterk. In de afgelopen zeven jaar kwamen er vijftien bij, waarmee er nu 29 zijn. Het aantal leerlingen nam ook flink toe: van 1.300 in 2002 tot zo’n 3.400 nu. De reden van die stijgende cijfers? „Steeds meer sportbonden kiezen ervoor om overdag te trainen”, zegt Rudmer Heerema, landelijk LOOT-coördinator. Daardoor kan een jonge sporter bijna niet meer zonder een middelbare school die flexibel is. Ook zijn veel bonden professioneler geworden op het gebied van talentenontwikkeling, legt Heerema uit. En het internationale wedstrijdprogramma van de sporten is uitgebreid waardoor leerlingen vaker op reis zijn. Daarnaast moesten op meer plaatsen LOOT-scholen komen, zodat sporters niet uren hoeven te reizen. Van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mogen maximaal 35 scholen een LOOT-licentie krijgen. Met dat aantal zou een landelijke dekking gewaarborgd zijn.
In het kantoortje van de topsportbegeleiders van het Thorbecke hangt een sterke zweetlucht. Oorzaak: zo’n veertig sporttassen in het aangrenzende opslaghok. Als de bel voor het einde van het lesuur klinkt loopt een legertje topsportleerlingen in en uit om de schooltas in te wisselen voor de sporttas. Bij de begeleiders gaat de hele dag door de telefoon voor verlofaanvragen, verzoeken voor het inhalen van toetsen of problemen met het lesrooster. Foto’s en krantenartikelen van (oud-)leerlingen sieren de muren. Ook hangt er een ingelijst Chelsea-shirt van oud-leerling Jeffrey Bruma.
Het Thorbecke is met 258 topsporttalenten een van de grootste LOOT-scholen van het land. Met drie betaaldvoetbalclubs in de stad, Feyenoord, Sparta en Excelsior, bestaat het merendeel uit voetballers: ruim honderd. Maar er zijn ook jongeren die aan sumoworstelen, paardrijden, schermen, golfen, motorcross of karten doen.
Wat is LOOT-school?
In 1991 kregen de eerste scholen een LOOT-status. Toptalenten in de sport krijgen op zo’n school de kans om hun topsportcarrière te combineren met school. De docenten houden rekening met de sportactiviteiten van de leerling. Zo wordt er gezorgd voor een flexibel lesrooster dat ruimte laat voor trainingen en wedstrijden, (gedeeltelijke) vrijstelling van bepaalde vakken en uitstel of vermindering van huiswerk. De school kijkt ook hoe achterstanden veroorzaakt door afwezigheid in verband met sport kunnen worden weggewerkt. De leerlingen mogen 20 procent van de onderwijstijd opofferen aan sport. Als sporters op reis zijn kunnen de opdrachten per e-mail worden ingeleverd en kan de lesstof op internet worden doorgenomen. Ook is het mogelijk toetsen en examens in het buitenland te maken. Het examen kan gespreid over twee jaar worden gedaan.
Wat is LOOT-school?
Oud-leerlingen LOOT-scholen:
Atletiek: Rens Blom (Trevianum Scholengroep, Sittard).
Hockey: Karel Klaver (Het Calandlyceum, Amsterdam).
Schaatsen: Ireen Wüst (Sint-Joris, Eindhoven) en Sven Kramer (Sevenwolden, Heerenveen).
Tennis: Martin Verkerk (Het Calandlyceum, Amsterdam).
Turnen: Epke Zonderland (Sevenwolden, Heerenveen), Verona van de Leur en Suzanne Harmes (Thorbecke, Rotterdam en SSgN, Nijmegen) en Jeffrey Wammes en Yuri van Gelder (Thorbecke, Rotterdam).
Voetbal: Robin van Persie, Thomas Buffel en Jeffrey Bruma (Thorbecke, Rotterdam), Urby Emanuelson (Het Calandlyceum, Amsterdam), Wesley Sneijder (Leidsche Rijn College, Utrecht), Hedwiges Maduro (OSG Echnaton, Almere), Khalid Boulahrouz en Ron Vlaar (OSG Willem Blaeu, Alkmaar), Klaas-Jan Huntelaar (Sint-Joris, Eindhoven) en Stijn Schaars (Het Gelders Mozaïek, Arnhem).
Wielrennen: Kenny van Hummel (Het Gelders Mozaïek, Arnhem)
Zwemmen: Inge de Bruijn en Madelon Baans (Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Rotterdam), Inge Dekker (OSG Sevenwolden, Heerenveen) en Ranomi Kromowidjojo (Röling College, Groningen).
Bekende namen zaten op de school in Rotterdam Alexander, zoals turner Yuri van Gelder, oud-zwemster Inge de Bruijn en de voetballers Thomas Buffel en Robin van Persie. Van de Arsenal-speler krijgen sommige docenten nog nachtmerries, lacht topsportbegeleider Rik van de Donk.
De combinatie sport en school is zwaar voor de talenten. „Maar de echte karakters redden het altijd”, zegt Van de Donk. De veertienjarige karateka Nick Gerrese, een van de leerlingen die Van de Donk begeleidt, is in de pauze aangeschoven. De vwo-3-leerling traint een kleine tien uur in de week, maar kent weinig problemen met het drukke schema. Hoe zien zijn dagen eruit? „School, huiswerk maken en trainen. Je moet goed plannen, anders kom je nergens.” Hij vindt zijn sport niet belangrijker dan zijn opleiding. „Als je een zware blessure hebt, heb je alleen nog maar je herinneringen.”
Op het Thorbecke zijn de prestaties van de topsportleerlingen beter dan die van de gewone studenten. Dat komt overeen met de resultaten van een vorig jaar verschenen onderzoek naar LOOT-leerlingen door de Rijksuniversiteit Groningen. Van de sporttalenten zit 80 procent op de havo of het vwo, terwijl het landelijk gemiddelde havo- en vwo-leerlingen 48 procent is. En ze blijven minder vaak zitten. „Sporttalenten zijn zelfstandig en kunnen plannen”, verklaart plaatsvervangend rector Gerdi Lambers van het Thorbecke.
Elke LOOT-school krijgt jaarlijks tussen de twee- en drieduizend euro van sportkoepel NOC*NSF. Maar de sporttalenten kosten meer. „Er zijn geen subsidiestromen waar we aanspraak op kunnen maken”, zegt Heerema. Toch is er veel vraag naar de zes nog te vergeven LOOT-licenties; tien scholen zijn geïnteresseerd.
„Je wil iets betekenen voor die leerlingen”, zegt René van de Meerendonk, conrector van het Rodenborch College in Rosmalen, dat pas sinds augustus 2008 een LOOT-school is. „En zo kan een school zich profileren.” Op het Thorbecke denken ze er hetzelfde over. „Je bent geen doorsnee school. Je kunt wat extra’s bieden”, aldus Lambers. „En het zijn gemotiveerde leerlingen op wie je trots kunt zijn.”
Tennisster Richel Hogenkamp (17), nummer 369 van de wereld, is de komende twee weken niet op school. De havo-5-leerling, die op een LOOT-school in Arnhem zit, speelt vanaf vandaag in Lissabon met het Nederlandse Fed-Cupteam. Daarna heeft ze nog een toernooi in Zweden. Hogenkamp doet haar examen gespreid over twee jaar, dat kan op een LOOT-school, en moet alleen nog de vakken Duits, Nederlands en geschiedenis halen. Het bevalt haar goed. „Ik heb het een stuk minder druk. En anders had ik vorig jaar weinig toernooien kunnen spelen.” Wel vindt ze het in de drukke periodes lastig de focus op school te houden. „Maar ik weet: het is nu even belangrijk, zodat ik volgend jaar alles op het tennis kan zetten.”
Bron: NRC
Meer artikelen:
Moment…





