De 19 beste tennissers aller tijden
Het ABN AMRO World Tennis Tournament gaat komende maandag van start en ik ben er trots op dat ik, naast een mooi spelersveld, ook een nieuw tennisboek kan presenteren. ’De 19 beste tennissers aller tijden, en de 13 meest markante spelers volgens Richard Krajicek’.
Het idee kwam voor het eerst in me op toen Rafael Nadal in 2008 Wimbledon won, in een zinderende finale die de geschiedenis is ingegaan als de beste grandslamfinale ooit. Toen realiseerde ik me wat voor een fantastische rivaliteit er is tussen Nadel en Roger Federer; en hoe goed dat is voor de tennissport. Nadal had in 2008 een topjaar en stootte Federer, die door velen wordt gezien als ’de beste ooit’, van de troon. Maar Federer vocht terug, profiteerde optimaal van Nadals blessures in 2009, en kwam terug op nummer 1.
Door hun onderlinge strijd herinnerde ik me weer de ’oude’ vetes tussen Borg en McEnroe, Connors en Ashe, en natuurlijk Sampras en Agassi. Voor dit boek ben ik me daar eens in gaan verdiepen. Wat waren dat voor mannen? Hoe speelden ze? Wat dreef hen? En: wat wonnen ze?
Want door Roger Federer is de kwestie van de GOAT – Greatest Of All Time – weer actueel geworden. Is Roger dat? Hoe bepaal je dat? Gaat het alleen om het aantal gewonnen Grand Slams? Roy Emerson won er méér dan Rod Laver, maar toch wordt Laver gezien als een veel betere tennisser. Waarom? Dat ben ik gaan uitzoeken. Daar zitten allemaal mooie verhalen achter.
Maar ik ontdekte nog meer interessante spelers waarvan ik het de moeite waard vond om ze weer eens onder de aandacht te brengen. Zoals Baron Gottfried von Cramm; een tragisch verhaal over een Duitse superatleet wiens carrière werd gehinderd door zijn homoseksualiteit en de opkomst van Hitler. En natuurlijk ’Big’ Bill Tilden, die wereldwijd werd toegejuicht totdat hij in de gevangenis belandde voor vermeende ontucht met jongemannen.
Of de legendarische Jack Kramer, de grondlegger van de ATP. De ruzie tussen Arthur Ashe en Jimmy Connors vond ik ook opzienbarend; dat verhaal kende ik helemaal niet. Ik vond het ook leuk om eens de andere kant van Pete Sampras te laten zien; zijn angst voor honden en zijn aircofetish. En Mansour Bahrami natuurlijk; zijn leven leest als een tennissprookje.
Er is me al gevraagd waarom ik ’maar’ 19 beste tennissers heb beschreven, maar ik moest ergens een grens trekken. Ik ben in eerste instantie begonnen met 73 toptennissers, maar ik wilde liever een paar verhalen goed vertellen, dan heel veel verhalen kort aanstippen. Ook met slechts 19 toppers vond ik het moeilijk. Want waar laat je Lleyton Hewitt, de jongste nummer 1 in de geschiedenis? Of iemand als Fred Perry, de laatste Engelse Wimbledon-winnaar? En Jim Courier, de keiharde werker met zijn ’baseballbackhand’? Zij vallen er nu buiten, maar het waren natuurlijk ook fantastische spelers die een stempel op de sport hebben gedrukt.
Ook het kiezen van de 13 markante karakters was lastig. Mijn boek was nog niet af, of Marat Safin stopte. Hoort hij bij de karakters of bij de beste spelers ooit? Feit is dat hij een bijzonder kleurrijk figuur was; én een begaafde tennisser die als eerste de kluis van Federer wist te kraken.
Wanneer het woord ’kleurrijk’ valt, zegt er altijd wel iemand dat de huidige generatie toptennissers dat charisma van vroeger mist. Maar dat lijkt maar zo. De profs van nu zijn echt geen tennisrobots. Er zit van alles tussen, denk alleen maar aan Safin en Ivanisevic, of Djokovic en Nadal.
Met dit boek heb ik ingezoomd op de mensen achter de rackets. Ik wil graag laten zien dat tennis helemaal niet saai is, dat er geen mal is waar alle tennissers in passen. Dat het allemaal andere mannen zijn, met andere achtergronden, andere nationaliteiten, andere karakters, en met maar één overeenkomst: hun wil om te winnen.
Bron: Telegraaf Telesport
Meer artikelen:
Moment…





