‘Van nature heb ik weinig zelfvertrouwen’

Justine Henin: „Soms wilde ik dat ik gelijkmatiger was, maar het hoort bij mijn persoonlijkheid.”
Tennisster Justine Henin (28) over haar grote gevoeligheid en drang om zichzelf te bewijzen
Sinds haar rentree moet Justine Henin knokken voor elke zege. Maar als mens gaat het haar voor de wind. „Het vuur brandt in mij”, zegt de tennisster.Kijken naar Justine Henin is kijken naar een mens in ontwikkeling. Iemand die zich bij ieder punt afvraagt hoe goed zij is. Die vooruit wil, maar weet dat zij geduld moet betrachten. Haar fysieke ongemakken – een gevolg van haar beslissing om bijna twee jaar zonder topsport te leven – spelen haar sinds haar rentree parten. Maar zij lijkt in al die dingen te berusten. „Ik kan niet anders”, zegt de Waalse tennisster op een terras in Rosmalen.
Vandaag staat Henin tegenover Andrea Petkovic in de finale van het Unicef Open – een opsteker voor iemand die drie jaar lang niet op gras had gespeeld. Maar haar echte missie maakte Henin bij haar rentree, afgelopen januari, bekend: het winnen van Wimbledon. „Niet omdat ik een doel wil bereiken, maar omdat ik een droom wil verwezenlijken”, legt de 28-jarige tennisster uit. „Maar ook als ik niet slaag, is dat niet het einde van de wereld.”
Hoe kijkt u terug op de afgelopen vijf, zes maanden?
„Met een gevoel van thuiskomen; ik voel mij erg op mijn plek. Dat neemt niet weg dat ik het bij tijden moeilijk heb gehad – vooral door fysieke ongemakken. Maar ik wist mij steeds door die fasen heen te slaan. Ik houd mezelf voor dat ik voor mijn rentree bijna twee jaar niets aan sport heb gedaan. Als je het zo bekijkt, doe ik het helemaal niet zo slecht.”
Afbouwen was er voor u niet bij na een decennium topsport?
„Nee. Mijn hoofd stond er totaal niet naar. Als ik daar bij stilsta denk ik: ‘Justine, je mag jezelf best een schouderklopje geven’. In nog geen half jaar tijd sta ik weer in de top-20’. Wat het moeilijk maakt is dat ik kort na mijn rentree een mooie prestatie neerzette [Henin bereikte de finale van de Australian Open]. Misschien raakte ik daardoor een tikkeltje overmoedig. Het was makkelijker geweest als de successen geleidelijk aan waren gekomen.”
Uw landgenote Kim Clijsters doorliep een soortgelijk proces na haar rentree. Dat moet inspirerend hebben gewerkt.
„Ik sloot niet uit dat ik in haar voetsporen zou treden. Maar ik besefte ook hoeveel problemen – vooral op het mentale vlak – zo’n comeback met zich meebrengt. Ik heb altijd problemen met de mentale aspecten van topsport gehad: de concentratie vasthouden, de intensiteit van het spel. Ik heb er jaren over gedaan om dat soort zaken onder de knie te krijgen. Dan is het niet realistisch om te verwachten dat het na een paar maanden als vanouds is.”
Op Roland Garros merkte een verslaggever op dat u zo’n intens mens bent. Is dat een voordeel of nadeel voor een topsporter?
„Ik ben een heel emotioneel persoon. Dat heeft voor een deel met mijn genetische make-up te maken, maar ook met mijn levenservaringen [haar moeder overleed aan kanker toen Henin twaalf was, met haar vader had zij jaren geen contact]. Of mijn diepgang voordelig of nadelig is voor een topsporter? Ik denk beide. Het is moeilijk omdat ik pijnlijke zaken niet makkelijk van mij af kan schudden op de baan. Vooral als ik mij erg kwetsbaar voel, dan lijd ik echt.”
Hoe voelt het op dat soort momenten op centercourt te staan, met duizenden mensen die je observeren?
Lacht. „Ja, moeilijk. Ik kan mezelf in zo’n situatie niet verschuilen achter anderen. Ik voel mij naakt. De druk is hoog, je voert een strijd tegen iemand die hetzelfde wil bereiken als jij. En dat alles wordt door de media en het publiek onder een vergrootglas gelegd. Maar ik kan niet ontkennen dat het een interessant proces is. Ik leer veel over mezelf, in een relatief korte periode.”
Door uw gevoeligheid geniet u waarschijnlijk ook meer van uw successen.
„Zeker. Ik vergelijk het wel eens met een achtbaan: diepe dalen, grote hoogtepunten. Zo ben ik. Soms wilde ik dat ik gelijkmatiger was, maar het hoort nu eenmaal bij mijn persoonlijkheid. Dat moet ik leren accepteren.”
Speelde die achtbaan een rol bij uw beslissing om een punt achter uw carrière te zetten?
„Ja. Tegen het eind van mijn carrière was ik ontzettend moe. Fysiek, maar vooral psychisch. Als klein meisje had ik nooit kunnen bevroeden dat ik de dingen zou bereiken die ik heb bereikt. En daar ben ik zo langzamerhand best trots op. Maar dat neemt niet weg dat ik moeite heb met alle dingen buiten de sport: het vele reizen, alle media-aandacht. Er zijn vaak momenten geweest dat ik daarvan weg wilde rennen. Dat ik een doorsnee burger wilde zijn.”
Moeten we uit het feit dat u terugkeerde concluderen dat deze zaken geen probleem meer vormen?
„Ik ben weerbaarder geworden door de dingen die ik tijdens mijn afwezigheid heb meegemaakt. Maar het zal altijd een uitdaging blijven om mezelf te zijn – op én buiten de baan.”
Als ambassadeur voor Unicef heeft u tijdens uw afwezigheid een aantal ontwikkelingslanden bezocht. Kon u de tenniswereld daarna beter relativeren?
„Natuurlijk. Mijn bezoeken aan Congo en Cambodja hebben een grote impact op mijn leven gehad. Vooral in Congo, daar werd ik voor het eerst met de harde realiteit geconfronteerd.”
In welke zin?
„Het feit dat ik ver weg was van mijn ‘tennisbubbel’, zoals ik het noem. Een soort capsule waar ik als tennisster jarenlang in zat, zonder dat ik mij bewust was van de wereld om mij heen. Moet je je voorstellen als je je leven op die manier hebt geleid, vanaf je vroegste jeugd. Dan komt het hard aan als je daar van de ene op de andere dag uitstapt. En toch moest het gebeuren. Door die ervaring kreeg ik meer vertrouwen in mijzelf als mens. Kon ik de echte wereld ontdekken. En nog steeds gaat er geen dag voorbij dat ik niet denk aan wat ik in die landen gezien en gehoord heb.”
Hoe is het om na zo’n ervaring weer in die bubbel te zitten?
„Nu ik er weer in zit, wil ik het beste uit mezelf halen. Laten zien wat ik waard ben. En toegegeven: dan blijkt het niet makkelijk om de balans te vinden. Als proftennisser moet je je leven als het ware op de pauzeknop zetten.”
Heeft u, toen u daar in Congo en Cambodja zat, ooit overwogen een kind te adopteren?
„Dat is een reële vraag. Mijn huidige bestaan valt niet te combineren met een kind, maar ik kan niet ontkennen dat die gedachte in Congo wel eens door mijn hoofd is geschoten. Ik werd dagelijks omringd door honderden kinderen. Sommigen grepen naar mijn hand, smeekten of ik hen mee naar huis wilde nemen. Dat zet je aan het denken.”
Wisten ze dat ze Justine Henin voor zich hadden?
„Nee, en dat was nou juist zo prettig. Ik was iemand omdat ik een T-shirt van Unicef droeg. Omdat ik een organisatie vertegenwoordigde die perspectieven biedt. Van Justine Henin de tennisster hadden ze nooit gehoord. Het gaf voldoening omdat er een keer niet gelogen werd.”
Gelogen?
„Nou ja, gevleid. Maar om terug te komen op je vraag: ik zou graag adoptieouder willen worden, alleen niet in deze hectische fase van mijn leven.”
U heeft wel eens gezegd dat zelfvertrouwen cruciaal is bij het winnen van Wimbledon. Wat bedoelde u daar precies mee?
„Van nature heb ik weinig zelfvertrouwen. Het is iets waar ik hard aan moet werken. Voor een deel doe ik zelfvertrouwen op door mooie overwinningen te behalen. Of door veel fysieke arbeid te verrichten. Maar dan is er altijd weer die andere kant van de medaille: als het niet lukt. Als mijn lichaam gebreken vertoont, als ik onverwachte nederlagen lijd. Dat soort zaken heeft altijd veel effect op mijn zelfvertrouwen. Als persoon voel ik mij een stuk steviger in mijn schoenen staan dan twee jaar geleden. Maar als tennisster heb ik niet de mate van zelfvertrouwen die ik voor mijn afscheid had. Dat heeft tijd nodig. Ik zal veel toernooien moeten spelen. Weer de druk moeten ervaren die met grandslams gepaard gaat.”
Door Wimbledon te winnen kunt u als een van de weinige tennissters alle vier de grandslamtoernooien op uw naam schrijven.
„Mijn comeback draait niet alleen om het winnen van Wimbledon. Natuurlijk zou het mooi zijn als ik die ontbrekende titel won. Maar mijn comeback heeft vooral met mijzelf te maken. Ik wil aan mezelf bewijzen dat ik in staat ben zo’n droom te verwezenlijken. Ik ben dol op grote uitdagingen. Ik neem nooit de makkelijke route. Nooit!” Later zegt ze: „Als klein meisje had ik niet kunnen bevroeden dat ik drie van de vier grandslams zou winnen. Dat ik olympisch goud in Athene zou veroveren. Dat ik de Fed Cup zou winnen en de Masters. Ik heb bijna alles op mijn palmares staan, behalve Wimbledon. Dus het zou bijzonder zijn als mij dat lukt.”
Wilt u iets aan uzelf bewijzen, of aan de buitenwereld?
Lange pauze. „Aan mijzelf. Het feit dat dat voormalige bange meisje zoveel bereikt. En dan is er ook zoiets als passie voor het spel. Het vuur brandt in mij.”
In de periode voor uw afscheid leek alles als vanzelf te komen. Nu moet u knokken voor elke zege. Is dat niet moeilijk voor iemand die als perfectionist te boek staat?
„Ja. Het betekent dat ik geduldig moet zijn – en dat zit niet in mijn aard. Ik voel dat mijn ongeduld mij belemmert, maar ik zal mij daarbij moeten neerleggen. Met de jaren vind ik steeds meer positieve dingen op mijn weg – daarvan ben ik overtuigd.”
Zeven grandslams
Justine Henin werd geboren op 1 juni 1982 in Luik.
In 2003 werd ze de eerste Belgische die een grandslamtoernooi wist te winnen. Op Roland Garros versloeg ze dat jaar in de finale haar landgenote Kim Clijsters.
In haar loopbaan won Henin, bijgestaan door de Argentijnse coach Carlos Rodriguez, zeven grandslamtoernooien, waaronder viermaal het graveltoernooi van Roland Garros in Parijs. Wimbledon won ze nog nooit.
In mei 2008 maakte de Waalse na een wat minder succesvolle periode schijnbaar vanuit het niets bekend dat zij met tennis stopte. Ruim anderhalf jaar later keerde zij terug op de tennisbaan, kort na de rentree van Kim Clijsters.
Justine Henin trouwde in 2002 met Pierre-Yves Hardenne, maar aan dat huwelijk kwam vijf jaar later een einde.
Bron: NRC
Category: Nieuws


